In het begin van de jaren negentig kreeg de Limburgse Zoo steeds meer kritiek. De overbevolkte hokken verkeerden in slechte staat en er hing een doordringende stank. De nieuwe leeuwinnen uit het gesloten safaripark in Tüddern zorgden voor nog meer welpen. Het apengebouw verkeerde in slechte staat en door het lekkende dak was het er erg vochtig. Bezoekers werden afgeschrikt en in 1990 kwamen nauwelijk nog 200.000 mensen langs, 30 procent minder dan het jaar ervoor.
Voor de eigenaars was het duidelijk dat alle beschuldigingen van verwaarlozing vals waren en ze verdachten de Zoo van Antwerpen ervan een lastercampagne tegen hen te voeren. Volgens de familie Wauters was de zoo Van Zwartberg één van de properste van Europa en was het weer de oorzaak van de tegenvallende bezoekersaantallen.
Binnen de Europese Commissie werd er werk gemaakt van officiële regels voor dierentuinen maar ook hier was Marcel Wauters duidelijk: “Onze dierentuin zal daar automatisch aan voldoen. Wij hebben 3000 dieren op 18 hectare. Antwerpen zal het met zijn 6500 dieren op 9 hectare een stuk moeilijker hebben”. Ondanks de overbevolking werden in de Limburgse Zoo ook dieren geplaatst die door de overheid in beslag genomen waren bij particulieren en circussen, iets wat de situatie nog erger maakte. Toch een klein hoogtepuntje in 1990 was de geboorte van een purperreiger.
In 1991 kwam er meer duidelijkheid over de dierentuinwet die de Europese Commissie wou opstellen. ...
lees meer